Opvoedvalkuilen

In het boek “en als we nou weer eens gewoon gingen opvoeden” worden verscheidene valkuilen voor opvoeders genoemd. In mijn 16 jaar moeder zijn, heb ik me aan bijna allemaal wel een keer schuldig gemaakt. Weten welke valkuilen het zijn? Hier komen ze:

1.  Dwingen

Jouw wil opleggen aan je kind, d.m.v. dwang, geweld, overwicht, chanteren, dreigen of een andere vorm van machtsmisbruik.

2.  Machtsstrijd

Zo zijn er dingen die je nou eenmaal niet kunt afdwingen bij je kind. Plassen, poepen, eten en slapen, is je kind helemaal zelf de baas over.

3. Geen ontwikkelingsruimte bieden

Oftewel niet los durven laten. Dit betekend bijna altijd: inperken. En een ingeperkt kind is een kind dat geen, of te weinig ruimte krijgt om te ontdekken, door eigen ervaringen, eigen mislukkingen en successen. Dit is het kind dat hoogstwaarschijnlijk onzeker, kwetsbaar en afhankelijk wordt.

4. Achtervolgen en controleren

Dit zou kunnen wijzen op een gebrek aan eerlijkheid en vertrouwen. Vaak is dit wederzijds. Je kind ‘verstopt’ zichzelf of liegt uit angst voor jouw reactie. Jij, als ouder, controleert omdat je niet van je kind op aan kan. Maar vertrouwen is het fundament van elke relatie. Als jij vertrouwen hebt in je kind, leer je je kind bijna automatisch dat hij eerlijk en open kan zijn en dat roept de reactie bij je kind op dat hij niets hoeft te verbergen of hoeft te liegen.

5. Waarschuwen 

Als je toch niet van plan bent om ook daadwerkelijk te handelen, heeft het geen enkele zin om te waarschuwen.

6. Dreigen

Als ‘waarschuwen’ dan niet meer helpt, kun je al gauw de neiging hebben om in de welbekende als…dan-reactie te vallen.

“Als je nu niet ophoudt dan mag je straks niet tv kijken”

”Als jullie nou niet ophouden, gaan jullie allebei maar naar je kamer.”

7. De waarom-vraag

”Waarom heb je dit gedaan?” “Waarom heb je niet beter uitgekeken?”

In een waarom-vraag schemert vaak een bepaalde verwijt door. En wanneer de vraag toch oprecht is dan is het gewoon erg lastig voor je kind om te beantwoorden omdat het toch een bepaalde mate van zelfreflectie vereist.

8. Vage boodschappen

”Gedraag je!”

“Doe normaal!”

“Lief zijn hè?”

”Maak dat je wegkomt!”

”Stel je niet zo aan!”

“Blijf je zo doorgaan?”

”Hou nou eens op!”

Bij al deze boodschappen, maak je niet duidelijk wat je wilt of wat je van je kind verwacht. Ze vertroebelen de communicatie tussen jou en je kind.

9. Naar de bekende weg vragen

Als je het zeker weet, is het effectiever als je dat gewoon zegt. Als de situatie voor jou duidelijk is, moet je ook duidelijk zijn naar je kind.

Dit waren ze. Ik ben benieuwd in welke jij je herkent en op wat voor manier.

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *