10 uitgangspunten van Gentle Parenting

Opvoeden vanuit verbinding. Een mooie manier om je kind vanuit liefde maar met begrenzing handvaten te geven ontdekkend te leren. Hier volgen 10 uitgangspunten over hoe je hier mee kunt beginnen.

1. Start vanuit verbinding
Ga ervan uit dat al het gedrag van je kind volgt op hoe verbonden je kind op dat moment met je is. Contact en verbinding als basis. Zodra dit even niet meer goed is, krijg je ruis. Dan heb je een kind wat tegendraads gaat doen. Niet meer mee wil werken. Heel vaak is de oorzaak van dit ongewenst gedrag het ontbreken van een stukje verbinding. Misschien is je eerste reactie om je kind te negeren bij negatieve aandacht vragen, maar je zou eigenlijk juist het contact en de verbinding weer proberen op te zoeken. Misschien voelt het als belonen, maar grote kans dat het werkt.

2. Geef een keuze i.p.v. een commando
Al vanaf heel jonge leeftijd heeft je kind de behoefte om als autonoom wezen gezien en behandeld te worden. Gedraagt je kind zich “lastig” dan komt dat vaak voort uit het gevoel dat hij beperkt wordt in zijn autonomie. Wat je kind in feite zegt als hij “nee” roept is: “Ik ben mijn eigen baas, jij hebt geen macht over mij!” Daarom kijk je in welke situatie je je kind meer keuzevrijheid zou kunnnen geven.

3. Gebruik een speelse aanpak
“Maar hij moet wel weten, dat ik meen wat ik nu zeg!” Dat zal best en van huis uit ben ik ook “de blik” gewend, maar met een grapje of op een andere speelse manier je bedoeling duidelijk maken, bereik je vaak veel meer. En het maakt opvoeden een stuk leuker en uitdagender.

4. Laat gevoelens er zijn.
Dat verdriet of die boosheid mag er best zijn. Even je kind zijn emotie er laten zijn, door het te verwoorden, scheelt vaak zoveel strijd. Ga niet “sussen” of zeggen dat het allemaal wel meevalt. Luister naar je kind zijn gevoelens en reflecteer eventueel zijn gevoelens.

5. Keur het gedrag van je kind af en niet je kind zelf.
I.p.v. “Wat ben jij toch een onhandig kind, hoe je je brood nu smeert.” zeg je: “Op deze manier je brood smeren, gaat niet want je gebruikt de verkeerde kant, draai hem maar om.”

6. Onderhandel over grenzen waar mogelijk.
Je mag best inconsequent zijn. Je gevoelens verschillen immers van dag tot dag, van kind tot kind en van situatie tot situatie. Als je zou proberen om altijd consequent te zijn, zou je niet meer “echt” zijn.
Je mag dus best flexibel zijn in de grenzen die je stelt. Je “nee!” bewaar je dan voor situaties waarin je het echt nodig hebt.

7. Zie je kind als een bondgenoot in het gezin.
Vraag je kind naar zijn mening. Betrek je kind bij het maken van beslissingen. En heb je het zelf verkeerd gedaan, bied dan je excuses aan je kind aan.

8. Lichamelijke aanraking niet forceren.
Geen verplichte handjes, kusjes of knuffeltjes. En ook geen verplicht “dankjewel”, “alsjeblieft” of “sorry” moeten zeggen.

9. Ga uit van de goede intentie van je kind.
Laat je kind, voor jou, ongewenst gedrag zien, ga dan niet uit van het slechtste maar probeer het te zien als een onvervulde behoefte. Is je kind misschien moe? Heeft hij honger of verveelt hij zich?

10. Time-out voor jou.
Word het je allemaal teveel? Neem dan zelf een time-out. Stap even uit de situatie, haal diep adem en zie de situatie ineens met heel andere ogen dan toen je er net nog middenin zat.

Bezield leven

Een paar jaar terug las ik voor het eerst een boek van Brené Brown “de kracht van kwetsbaarheid”. Afgelopen weken had ik weer eens 2 titels van haar geleend uit de bibliotheek: ‘Verlangen naar verbinding’ en ‘De moed van imperfectie’.

Alledrie vette aanraders om te lezen maar waar ik het vandaag over wil hebben, zijn twee hoofdstukken uit het laatstgenoemde boek. 

In ‘De moed van imperfectie’ geeft Brené 10 tips om een bezield leven te leiden. Waarbij een bezield leven betekent dat je leeft vanuit het gevoel dat je de moeite waard  bent. Het betekent dat je moed, compassie en verbondenheid een belangrijke plek toekent in je leven. 

Twee van de 10 tips gaan over creativiteit en spelen. Laten dat nu net de dingen zijn waar ik in Gastouderopvang Kuku de nadruk op wil leggen.

De tip over creativiteit die ze geeft is: ‘Geef je creativiteit de ruimte, laat de neiging jezelf met anderen te vergelijken los.’

Kinderen krijgen bij mij de ruimte om hun creativiteit te ontwikkelen. Waarbij ik hoop dat ze de menselijke neiging om zichzelf met anderen te vergelijken durven los te laten en liever nog; niet eens leren doen.

Vergelijken leidt tot aanpassen en rivaliteit. Als kinderen vergelijken, kijken ze wie het beste is. Dit vergelijkingsmechanisme leidt al snel tot de dwingende paradox ‘aanpassen en uitblinken’. En daarbij draait het niet om zelfacceptatie, verbondenheid en authenticiteit, maar om net zo zijn als iedereen, maar dan beter.

Maar hoezo; kinderen bezig laten zijn met creativiteit? Kinderen zouden toch hun handen vol moeten hebben aan ‘het echte werk’. Later op school en werk moeten ze toch ook  scoren en presteren?

Maar volgens Brown moet je je wel realiseren dat de enige unieke bijdrage die je kind ooit zal leveren aan deze wereld, zal moeten voortkomen uit de creativiteit van je kind. Als je kind iets zinvols wil doen, moet je kind iets creatiefs doen. “Zolang je kind creatief bezig is, geeft je kind het leven zin”, aldus Brown.

Creativiteit- de manier waarop je kind zijn originaliteit uit-, helpt om niet te vergeten dat wat je kind de wereld te bieden heeft, volstrekt origineel is en met niets te vergelijken valt. En zonder vergelijking verliezen begrippen als ‘voorsprong’, ‘achterstand’, ‘beter’ en ‘slechter’ hun betekenis.

Nog een tip die Brown geeft rondom bezield leven is om de tijd te nemen om te spelen en te rusten. “Laat uitputting als statussymbool en productiviteit als maatstaf voor eigenwaarde los. Spelen is een essentieel onderdeel van een bezield leven.’

Stuart Brown, psychiater, klinisch onderzoeker en oprichter van het National Institute for play legt uit dat spelen ons brein vormt, ons helpt empathie te ontwikkelen. Spelen helpt bij het omgaan met complexe sociale groepen. En spelen vormt de kern van creativiteit en innovatie.

Spelen is ogenschijnlijk doelloos. Met andere woorden; je kind speelt om te spelen. Hij doet het omdat hij het leuk vind en graag doet. In onze huidige cultuur besteden we, als volwassene, nog zelden tijd aan doelloze bezigheden. We hebben onszelf ervan overtuigd dat spelen een verspilling van kostbare tijd is. Spelen is echter essentieel. Het tegengestelde van spelen is niet werken maar depressief zijn. 

Brown: “Als we onze biologisch geprogrammeerde behoefte aan spelen respecteren, verandert dat de manier waarop we werken volledig. We kijken weer enthousiast en fris tegen ons werk aan. Spelen helpt ons met problemen om te gaan, geeft ons een gevoel van mogelijkheden, zorgt dat we beter worden in ons vak, en is een essentieel onderdeel van het creatieve proces. Spelen is de enige manier om plezier en bevrediging in ons werk te vinden.”

Om met hart en ziel te kunnen leven en liefhebben, moeten we de behoefte van ons lichaam aan herstel respecteren. Veel mensen zien uitputting nog altijd als een statussymbool en slaap als een luxe. Als je op een bezielde manier wilt leven, moet je doelbewust de tijd nemen om te spelen en te rusten. En uitputting als statussymbool en productiviteit als maatstaf voor eigenwaarde loslaten.

Waarom ik vrije creatieve activiteiten zo belangrijk vind


Niet door mijn voorbedachte knutselwerkjes na te maken, maar door je kind de mogelijkheid te geven om voluit te experimenteren, is je kind pas echt creatief bezig. Voor mij telt het proces en niet het resultaat bij creatieve activiteiten. Als ik je kind laat experimenteren, voegt je kind ervaringen toe aan zijn eigen leerproces.

Wil ik dat je kind een product aflevert, dat lijkt op mijn voorbeeld dan blokkeer ik dat proces. Ik laat hiermee geen ruimte aan je kind om te onderzoeken wat er met het materiaal gebeurt, hoe het materiaal voelt, of het misschien verandert.

Om zich te kunnen concentreren heeft je kind rust en stilte nodig. Ik zit er om deze reden niet bovenop, maar ben wel alert. Ik nodig je kind uit met het materiaal aan de slag te gaan, maar accepteer het ook als je kind eerst een tijdje wil toekijken.

De hoge prestatiedruk kan anders. In onze maatschappij is geen plaats voor mislukking. Elk kind heeft echter eigen interesses en talenten en een uniek ontwikkelingstempo. Een kind moet gewoon zichzelf worden en in een ontspannen sfeer opgroeien tot een volwassene die zeker is van zichzelf.

Tegenwoordig ligt het tempo zo hoog, terwijl je zoveel meer ziet, hoort, voelt en ervaart als je zonder haast door het leven mag gaan. Belangrijker dan het resultaat is dat ik respect heb voor de natuurlijke drang om te leren en het eigen tempo van een kind. Mijn rol is dienend en ondersteunend, niet dwingend.

Opvoedvalkuilen

In het boek “en als we nou weer eens gewoon gingen opvoeden” worden verscheidene valkuilen voor opvoeders genoemd. In mijn 16 jaar moeder zijn, heb ik me aan bijna allemaal wel een keer schuldig gemaakt. Weten welke valkuilen het zijn? Hier komen ze:

1.  Dwingen

Jouw wil opleggen aan je kind, d.m.v. dwang, geweld, overwicht, chanteren, dreigen of een andere vorm van machtsmisbruik.

2.  Machtsstrijd

Zo zijn er dingen die je nou eenmaal niet kunt afdwingen bij je kind. Plassen, poepen, eten en slapen, is je kind helemaal zelf de baas over.

3. Geen ontwikkelingsruimte bieden

Oftewel niet los durven laten. Dit betekend bijna altijd: inperken. En een ingeperkt kind is een kind dat geen, of te weinig ruimte krijgt om te ontdekken, door eigen ervaringen, eigen mislukkingen en successen. Dit is het kind dat hoogstwaarschijnlijk onzeker, kwetsbaar en afhankelijk wordt.

4. Achtervolgen en controleren

Dit zou kunnen wijzen op een gebrek aan eerlijkheid en vertrouwen. Vaak is dit wederzijds. Je kind ‘verstopt’ zichzelf of liegt uit angst voor jouw reactie. Jij, als ouder, controleert omdat je niet van je kind op aan kan. Maar vertrouwen is het fundament van elke relatie. Als jij vertrouwen hebt in je kind, leer je je kind bijna automatisch dat hij eerlijk en open kan zijn en dat roept de reactie bij je kind op dat hij niets hoeft te verbergen of hoeft te liegen.

5. Waarschuwen 

Als je toch niet van plan bent om ook daadwerkelijk te handelen, heeft het geen enkele zin om te waarschuwen.

6. Dreigen

Als ‘waarschuwen’ dan niet meer helpt, kun je al gauw de neiging hebben om in de welbekende als…dan-reactie te vallen.

“Als je nu niet ophoudt dan mag je straks niet tv kijken”

”Als jullie nou niet ophouden, gaan jullie allebei maar naar je kamer.”

7. De waarom-vraag

”Waarom heb je dit gedaan?” “Waarom heb je niet beter uitgekeken?”

In een waarom-vraag schemert vaak een bepaalde verwijt door. En wanneer de vraag toch oprecht is dan is het gewoon erg lastig voor je kind om te beantwoorden omdat het toch een bepaalde mate van zelfreflectie vereist.

8. Vage boodschappen

”Gedraag je!”

“Doe normaal!”

“Lief zijn hè?”

”Maak dat je wegkomt!”

”Stel je niet zo aan!”

“Blijf je zo doorgaan?”

”Hou nou eens op!”

Bij al deze boodschappen, maak je niet duidelijk wat je wilt of wat je van je kind verwacht. Ze vertroebelen de communicatie tussen jou en je kind.

9. Naar de bekende weg vragen

Als je het zeker weet, is het effectiever als je dat gewoon zegt. Als de situatie voor jou duidelijk is, moet je ook duidelijk zijn naar je kind.

Dit waren ze. Ik ben benieuwd in welke jij je herkent en op wat voor manier.

 

 

 

 

 

Wennen volgens Berlijnse model; een behoeftegerichte kennismaking

 

Wennen aan een andere omgeving

Een aantal weken terug maakte ik, dankzij een nieuwe vraagouder, kennis met dit model die de behoeftes van het kind voorop stelt. Het Berlijnse model is gebaseerd op de hechtingstheorie van John Bowlby Het model is ontwikkeld door Katja Braukhane, pedagoog. Sinds 2001 onder andere werkzaam in het Berlijnse instituut voor vroege educatie.  En Janina Knobeloch, pedagooog. Sinds 2006 onder andere werkzaam in het Berlijnse instituut voor vroege educatie.

 

Het doel van het Berlijnse model is om de manier van wennen af te stemmen op de behoeftes, situatie en omstandigheden van je kind en zo de juiste beslissing te nemen over het “wanneer” en “hoe”. Met als doel; een zeer zorgvuldige en geleidelijke wenperiode voor je kind.

De acclimatiserende-fase is verdeeld in verschillende fases, variërend van lengte en duur (afhankelijk van de behoeftes van je kind)

Basisfase: Vertrouwen is gecreëerd

In de basisfase blijf je, als ouder, een uurtje of twee samen met je kind in het kinderdagverblijf of bij de gastouder. Terwijl je kind zijn eerste contact met de andere kinderen opbouwt, hou jij je op de achtergrond maar je leert je kind wel dat je er altijd bent om te helpen. De pedagogische medewerker of de gastouder probeert het eerste contact met je kind tot stand te brengen door hem te betrekken bij een activiteit of spelletje. In dit stadium is het belangrijk om, als ouder, niet met andere kinderen te gaan spelen maar je echt te richten op je eigen kind, zodat je kind altijd het gevoel heeft de volledige aandacht te hebben. Deze fase duurt meestal drie dagen.

De vertrouwdmakingsfase: De eerste poging tot scheiding

Op de vierde dag trek je je meer terug op de achtergrond, als ouder. Zie dit als een eerste poging tot scheiding. Zo kun je een beetje inschatten hoeveel tijd nodig is voor de resterende wenperiode. Als ouder neem je afscheid van je kind en verlaat je de opvang ongeveer een half uur. Hoe je kind op deze eerste scheiding reageert, is cruciaal voor de rest van het gewenningsproces. Als het niet blijft huilen en gaat spelen, of snel kalmeert na een korte huilbui, kan de vertrouwdmakingsfase worden beperkt tot ongeveer een week. Voor dit doel wordt de periode van scheiding langzaam verhoogd totdat je als ouder je kind uiteindelijk brengt, een korte overdracht doet en vervolgens afscheid neemt van je kind.

Reageert je kind echter zeer “gewelddadig” op de eerste scheidingspoging, wordt je, als ouder, ingeseind om direct terug te komen op de opvang. Hierop wordt de gewenningsperiode verlengd met twee tot drie weken.

Stabiliserende fase: Je kind raakt aan de situatie gewend.

De stabiliserende fase begint op de vijfde dag. Jij, als ouder, bent nu vooral de stille waarnemer en je laat de zorg en begeleiding over aan de pedagogisch medewerker of gastouder. Je grijpt alleen in als je kind expliciet naar je vraagt. Het afscheidsmoment en periode van verblijf alleen in de opvang wordt geleidelijk verkort en respectievelijk uitgebreid. Op de zesde dag kan je kind meestal enkele uren zonder jou, als ouder, in de kinderopvang blijven.

Accepteert je kind de scheiding nog niet? Dan moet de nieuwe poging tot scheiding wachten tot de week erop, waardoor de basisfase wordt verlengd.

Eindfase

Je kind protesteert misschien nog steeds als je weggaat, maar kalmeert wel steeds sneller. Je blijft niet meer de gehele tijd dat je kind er is, op de opvang maar bent wel altijd beschikbaar wanneer de situatie dit vereist.

Voor meer informatie: http://kita-fachtexte.de  (duits)

Spreekt jou deze manier van wennen aan? Of ben je reeds bekend met deze manier van wennen? Ik ben benieuwd naar je mening en/of ervaring.

(Het kindje op de foto is mijn eigen dochter)

‘Losse onderdelen’

De term ‘losse onderdelen’, oftewel; ‘loose parts’, is in 1972 bedacht door Simon Nicholson, een engelse architect en kunstenaar. Met ‘loose parts’ is creativiteit niet langer voorbehouden aan alleen een select aantal. Volgens Simon is het namelijk een misvatting te denken dat het maken van kunstwerken en gebouwen zo ingewikkeld is dat alleen hoogbegaafde mensen dit zouden kunnen doen. Volgens Simon zijn alle mensen, inclusief jonge kinderen, bekwaam en creatief.

Gezicht ontwerpen met wasknijpers en frisdrankdopjes.

‘Losse onderdelen’ zijn materialen met een open einde, zoals klei, blokken, stenen, takken, knopen, etc,  die kinderen op verschillende manieren kunnen aanpassen, verplaatsen, ontwerpen en veranderen.  Kinderen mogen nieuwsgierig en creatief zijn en hun eigen spel regelen. Er zijn geen regels of verwachtingen voor hoe het materiaal gebruikt dient te worden, geen specifieke volgorde die gevolgd dient te worden, geen goede of foute manier, geen ultieme doel om te halen, etc. Maar het moedigt rollenspel, taalvaardigheid, teamwork, probleemoplossing, experimenteren met oorzaak en gevolg, risico’s inschatten en durven nemen, creatief denken, etc. aan.

Bovendien is het een zeer voordelige en milieuvriendelijke manier om speelmateriaal aan te bieden aan kinderen. Eenvoud volstaat het beste en de mogelijkheden met gerecyclede materialen zijn eindeloos. In plaats van de doos met babyspeelgoed die al gauw op zolder of op marktplaats beland, blijven materialen met een open einde interessant en uitdagend doordat ze steeds weer nieuwe mogelijkheden en uitbreidingen bieden.

Met kratten, autobanden en planken zet ik inmiddels ook buiten inmiddels ‘loose parts’ volop in. Het ziet er misschien niet zo strak en gestroomlijnd uit, als dat wilgenhutje en die ‘pinterest-waardige’ klim- en glijwand, maar het zal zeker langer interessant blijven om mee te spelen. Kinderen kunnen immers hun eigen spel uitbreiden, ontdekken, dragen, zelf bepalen, etc.

Pvc-buizen: ideaal bouwmateriaal

Wil je na het lezen van deze blog nog meer ideeën? Type ‘loose parts’ in als zoekopdracht in google en/of pinterest voor nog meer inspiratie. Pas jij ‘loose parts’ al toe of ben je van plan het ook in te gaan zetten?

Speelgoed voor je kind van één jaar oud. En tips bij het kiezen van het juiste speelgoed

Speelgoed voor je kind van één jaar oud.

1. Speelgoed dat helpt bij het stimuleren van de fijne motoriek.

Speelgoed dat in elkaar past en gestapeld kan worden. Sorteervormen, blokken, dozen en bakken om te vullen en leeg te gooien.

2. Speelgoed dat helpt bij het stimuleren van de grove motoriek.

Ballen van diverse afmetingen en structuur. Trek- en duwspeelgoed. Rijdend materiaal. Klim- en klautermateriaal. Schommels en glijbanen.

3. Speelgoed dat de verbeelding stimuleert.

Poppen. Auto’s. Keukentje. Telefoon. Winkeltje. Verkleedmateriaal. Tuingereedschap. Werkbankje.

4. Speelgoed dat de creativiteit stimuleert.

Papier en krijtjes. Speelklei. Plakmateriaal. Vingerverf.

5. Speelgoed om muziek mee te maken.

Trommels. Sambaballen. Xylofoon.

6. Speelgoed dat de lust tot onderzoeken stimuleert.

Zandbak met materiaal. Onbreekbare spiegels. Waterspeelgoed.

Tips voor het kiezen van het juiste “speelgoed”.

1. Kies geen speelgoed waar je peuter nog niet aan toe is.

Met het meest-gedetailleerde speelgoed wordt over het algemeen het minst gespeeld.

2. Kies speelgoed wat eigenlijk geen speelgoed is.

Maatbekers. Kartonnen dozen. Doeken. Beslagkommen en lepels. Kleine blikjes. Plastic bordjes, schaaltjes en kopjes.

3. Vermijd overdaad.

Je kind wordt niet geboren met te hoge verwachtingen, de volwassenen in hun leven (en later hun leeftijdgenoten en de televisie) bepalen de verwachtingen. Kinderen met kasten vol speelgoed rennen vaak van het ene naar het andere en genieten nergens van. Wissel daarom regelmatig het speelgoed af en geef niet meer dan een paar speeltjes tegelijk.

4. Leen.

Wordt lid van de speelotheek.

5. Kies speelgoed met meerdere mogelijkheden.

Speelgoed moet je kind stimuleren er iets mee te doen, in plaats van dat speelgoed dat voor hem doet.

6. Rem de originaliteit in het spel van je kind niet af.

Laat je kind spelen met speelgoed op zijn eigen manier, zelfs als het niet de manier is die de ontwerpers van het speelgoed in gedachten hadden. Behalve als het gevaarlijk is uiteraard.

 

 

“Nee!” Tips om hier mee om te gaan

“Nee!” Voor veel peuters is dit het lievelingswoord. In het begin vaak een fysiologische kwestie: het woord ‘nee’ is gemakkelijker te zeggen dan het woord ‘ja’, en het hoofd schudden is gemakkelijker dan knikken. En wat er ook mee te maken kan hebben, is dat je kindje waarschijnlijk vaker het woord ‘nee’ te horen krijgt dan het woordje ‘ja’.

Zodra je kindje ouder wordt verschuift de verklaring van fysiologisch meer naar psychologisch. Je kindje is inmiddels in staat om ‘ja’ te zeggen, maar zegt toch liever ‘nee’. Dit wordt al gauw de ‘koppigheidsfase’ genoemd, maar het is meer uit ‘autonomie’ dat je kind sneller ‘nee’ zegt.

Hoewel je weet dat dit gedrag volkomen gezond en normaal is, is het niet altijd even gemakkelijk om hier mee om te gaan. Lees daarom verder voor de tips over hoe je hier mee om kunt gaan.

1. Beperk je ‘nee’s’

Sta er bij stil hoe vaak je zelf het woordje ‘nee’ gebruikt, tijdens het communiceren met je kindje.

2. Beperk de ‘nee’s’ van je kindje

Wil je niet op iedere vraag ‘nee’ als antwoord krijgen, stel dan je vragen zorgvuldig. In plaats van: ‘Wil je je broek aan?’, geef je je kindje een paar mogelijkheden: ‘Wil je de gele aan of die met de bloemetjes?’

Geef je kindje zoveel mogelijk de gelegenheid om zelf beslissingen te nemen. Hij heeft dan het gevoel dat hij enige controle over zijn leven heeft en zal minder geneigd zijn “dwars te liggen.”

3. Geef je kindje geen keus als er geen keus is

Als het tijd is om naar huis te gaan, geeft de vraag: “zullen we naar huis gaan?” alleen maar reden tot dwarsheid. Zeg bijvoorbeeld: “Het is nu tijd om naar huis te gaan. Kom dan gaan we.”

4. Wees niet bazig

In plaats van te zeggen: “Je moet in het autostoeltje gaan zitten”, zeg je bijvoorbeeld: “Kom, ga maar zitten.” Of ‘houd je van de domme’ “waar zit jij nu dan?” of daag je kindje uit: “Kun jij daar zelf in klimmen?”

5. Sta niet te zeer op je strepen

Als twee mensen het tegenovergestelde willen, komt er zelden één als overwinnaar uit de strijd. Goede ouders hoeven niet altijd op hun strepen te staan, soms mag je best toegeven. Hoe meer kans je je peuter geeft om zijn vrije wil te oefenen, hoe minder hij geneigd zal zijn voor zijn rechten te vechten met ‘nee’.

6. Geef je kindje af en toe zijn zin

Het wordt voor je kindje minder pijnlijk om jouw zin te moeten doen als hij ook af en toe zelf zijn zin krijgt. Zorg er wel voor dat dit gebeurt voordat zijn ‘nee’ in een driftbui is overgegaan.

10 Tips over hoe om te gaan met de aan- en afhankelijkheid van je dreumes

Komt je dit bekend voor? 

Je wilt (of moet) even de kamer uit en je dreumes begint hartverscheurend te huilen. Jij zal toch echt even naar de wc moeten, maar je kind trekt aan je benen en protesteert heftig.

Verwarrend net wanneer je kindje je minder nodig zou moeten hebben, lijkt het juist of je meer dan ooit nodig bent. En het lijkt of je kind graag zelf iets wil ondernemen, maar zodra je kindje merkt dat er enige druk wordt uitgeoefend trekt je kindje zich meteen terug.

Deze tegenstrijdigheid is voor een dreumes heel vanzelfsprekend, omdat je kindje heen en weer wordt geslingerd tussen aan- en afhankelijkheid, tussen zelf op onderzoek uitgaan en veilig bij jou blijven.

Vleiend is het natuurlijk wel om te weten dat je, zelfs bij het groter worden van je kindje zijn leefwereld, daarvan nog steeds het middelpunt bent. Maar het is ook wel een beetje lastig, zoals iedere ouder weet die iets moet doen terwijl er een kind aan zijn been hangt of op je gevoel begint te werken door hartverscheurend te snikken.

En je bent niet de enige die er last van heeft: je dreumes kan ook niet zoveel doen als hij zich aan je vastklampt. In deze soms moeilijke overgangsfase zal je het juiste evenwicht dienen te vinden tussen het geven van te veel steun en veiligheid en te weinig, tussen de steun die je kindje nodig heeft om te groeien en overbezorgdheid die je kind in zijn groei belemmert.

Een proces dat begint bij de geboorte en doorgaat tot in de kinderjaren, puberteit en het begin van de volwassenheid. Moedig je kindje liefdevol aan en je kindje zal je voorzichtig loslaten en zelfstandig iets gaan ondernemen

Hoe? Lees verder voor tips

1. Maak duidelijk dat je terugkomt

Zodra een geliefd persoon eenmaal uit het gezichtsveld is verdwenen, maken sommige kinderen zich ongerust of de persoon wel weer terugkomt. Aan de hand van een spelletje, waarbij je kind leert dat de dingen niet echt verdwijnen (een voorwerp bestaat nog steeds, ook al is het niet langer te zien)

Dus dat betekent: Kiekeboe spelen. Verstop je achter de deur. Alhoewel als je kind daardoor van streek raakt, is achter de bank of het gordijn waarschijnlijk handiger. Verstop je om te beginnen een paar seconden en bouw dit geleidelijk op. Praat met je kindje als je je hebt verstopt, om te laten weten dat je er nog bent. “Waar is mama nou?”

Raakt je kindje erg overstuur? Verstop dan alleen je gezicht (achter je handen, een boek of een theedoek) of een gedeelte van je lichaam (achter een gordijn of deur) of probeer in plaats van jezelf een beer of een pop. Als je kindje een beetje gewend raakt aan je verdwijntrucs, moedig hem dan aan om het spelletje zelf ook te spelen.

2. Maak tijd voor je kind…maar overdrijf niet

Als (gast)ouder vind ik het belangrijk om veel activiteiten te ondernemen met de kinderen. Ik zing liedjes met ze, lees boekjes voor, speel spelletjes met ze maar ik moedig kinderen zeker ook aan om zelfstandig te spelen.

3. Zorg dat je kindje bezig is

“Geef jij pop eventjes eten? Dan gaat mama ook eventjes bezig met het eten.”

Hopelijk weet dit je kind zijn belangstelling te wekken voor de korte tijd dat je iets anders doet.

4. Hou contact

Blijf tegen je kind praten terwijl je bezig bent.

5. Hou het luchtig

Sommige ouders brengen onbewust hun bezorgdheid over op hun kind. Wanneer je je dreumes alleen laat, doe dat dan met een lachend gezicht en een vrolijke stem.

6. Blijf kalm, ook al is de dreumes dat niet

Wordt niet boos en ga ook niet te veel mee in het verdriet van je kindje. Probeer juist helemaal niet te reageren. En laat je door je kind zijn reactie er niet van weerhouden om te gaan. Zeg nonchalant: ‘Het is goed. Ik ben zo terug.’

Je kindje zal niet alle woorden letterlijk begrijpen, maar je kindje zal zeker worden gerustgesteld door je kalme stem. Zeg wanneer je terugkomt met dezelfde kalme stem: ‘Hier ben ik weer. Heb je het leuk gehad?’

Je kindje zal gauw doorhebben dat je altijd terugkomt, wanneer je weggaat, precies zoals je had beloofd. Als je iedere keer hetzelfde zinnetje gebruikt bij het weggaan en terugkomen, krijgt je kindje wat meer zelfvertrouwen in je komen en gaan.

7. Laat je kindje achter je aankomen

Hoe simpel kan het zijn? Wil je kindje achter je aankomen, terwijl je naar de wc moet of mee naar de keuken? Laat je kindje dan achter je aankomen.

8. Laat je kind gaan

Zelfs een dreumes die zich altijd aan je vastklampt, gaat toch nog geregeld bij je weg. Alleen zijn is immers alleen maar een ramp als het idee van papa of mama afkomstig is, niet als het je eigen idee is. Heb je samen met je dreumes zitten spelen en ze wil weg om zelf iets te doen, laat je kind dan gaan.

9. Zorg dat je niet afhankelijk wordt van je dreumes aanhankelijkheid

Soms genieten ouders er stiekem van dat hun kinderen afhankelijk van hen zijn en moedigen ze dit onbewust aan. Ze blijven in de buurt hangen, terwijl ze eigenlijk helemaal niet nodig zijn. Ze spelen al in op de afhankelijkheid van hun kind nog voordat dit ergens last van heeft (“niet huilen, ik ga alleen even de afwas doen.”) Confronterend misschien, maar als je weet wat je rol in deze afhankelijkheidscyclus is , zal het je gemakkelijker vallen, deze te doorbreken.

10. Wees geduldig

De angst van je dreumes om zonder je te zijn, is een normale fase van de ontwikkeling. Met jouw steun en liefde zal je kind hier op den duur vanzelf overheen groeien.

 

 

Het laboratorium van Gastouderopvang Kuku

Afgelopen week was het zo mooi weer. Ik had wat verf met water in spuitflesjes gedaan. Hiermee gingen de kinderen al gauw buiten aan de slag. De één enthousiast en de ander heel beheerst. Al gauw was de één aan het genieten van de mooie vormen. Terwijl de andere keek naar haar resultaat van een zon.

Water met verf in de spuitfles en kliederen maar.
Verf spuiten.

Even later ontdekken ze wat lege bakjes en zaten ze al vlug helemaal in hun eigen wereldje. Met hun witte verf-shirts aan, leek het wel alsof ze druk aan de slag waren in een laboratorium. Er werd verf in een bakje gespoten. Dat werd weer vermengd met water. Dan werd het overgegoten in een ander bakje. Dan weer een ander kleurtje erbij.

Lekker spelen bij de gastouder
Laboratorium Kuku

Doordat de één het bakje vasthield en de ander het verf erin spoot, gingen ze ook samenwerken. En zo hadden ze een hele poos plezier in hun eigen gecreëerde laboratorium.

Verf spuiten bij de gastouder
Een zonnetje spuiten in opperste concentratie.
Samen verf spuiten bij de gastouder
Samen aan de slag.
Samen verven bij de gastouder
Samen verven.
Verf spuiten bij de gastouder
Nog even in je eentje de ‘finishing touch’
In je eentje verf spuiten bij de gastouder in Assen
In je eentje werk je rustig door.
Spelen en ontdekken in hun eigen gecreëerde laboratorium.
Laboratorium Kuku