Wennen volgens Berlijnse model; een behoeftegerichte kennismaking

 

Wennen aan een andere omgeving

Een aantal weken terug maakte ik, dankzij een nieuwe vraagouder, kennis met dit model die de behoeftes van het kind voorop stelt. Het Berlijnse model is gebaseerd op de hechtingstheorie van John Bowlby Het model is ontwikkeld door Katja Braukhane, pedagoog. Sinds 2001 onder andere werkzaam in het Berlijnse instituut voor vroege educatie.  En Janina Knobeloch, pedagooog. Sinds 2006 onder andere werkzaam in het Berlijnse instituut voor vroege educatie.

 

Het doel van het Berlijnse model is om de manier van wennen af te stemmen op de behoeftes, situatie en omstandigheden van je kind en zo de juiste beslissing te nemen over het “wanneer” en “hoe”. Met als doel; een zeer zorgvuldige en geleidelijke wenperiode voor je kind.

De acclimatiserende-fase is verdeeld in verschillende fases, variërend van lengte en duur (afhankelijk van de behoeftes van je kind)

Basisfase: Vertrouwen is gecreëerd

In de basisfase blijf je, als ouder, een uurtje of twee samen met je kind in het kinderdagverblijf of bij de gastouder. Terwijl je kind zijn eerste contact met de andere kinderen opbouwt, hou jij je op de achtergrond maar je leert je kind wel dat je er altijd bent om te helpen. De pedagogische medewerker of de gastouder probeert het eerste contact met je kind tot stand te brengen door hem te betrekken bij een activiteit of spelletje. In dit stadium is het belangrijk om, als ouder, niet met andere kinderen te gaan spelen maar je echt te richten op je eigen kind, zodat je kind altijd het gevoel heeft de volledige aandacht te hebben. Deze fase duurt meestal drie dagen.

De vertrouwdmakingsfase: De eerste poging tot scheiding

Op de vierde dag trek je je meer terug op de achtergrond, als ouder. Zie dit als een eerste poging tot scheiding. Zo kun je een beetje inschatten hoeveel tijd nodig is voor de resterende wenperiode. Als ouder neem je afscheid van je kind en verlaat je de opvang ongeveer een half uur. Hoe je kind op deze eerste scheiding reageert, is cruciaal voor de rest van het gewenningsproces. Als het niet blijft huilen en gaat spelen, of snel kalmeert na een korte huilbui, kan de vertrouwdmakingsfase worden beperkt tot ongeveer een week. Voor dit doel wordt de periode van scheiding langzaam verhoogd totdat je als ouder je kind uiteindelijk brengt, een korte overdracht doet en vervolgens afscheid neemt van je kind.

Reageert je kind echter zeer “gewelddadig” op de eerste scheidingspoging, wordt je, als ouder, ingeseind om direct terug te komen op de opvang. Hierop wordt de gewenningsperiode verlengd met twee tot drie weken.

Stabiliserende fase: Je kind raakt aan de situatie gewend.

De stabiliserende fase begint op de vijfde dag. Jij, als ouder, bent nu vooral de stille waarnemer en je laat de zorg en begeleiding over aan de pedagogisch medewerker of gastouder. Je grijpt alleen in als je kind expliciet naar je vraagt. Het afscheidsmoment en periode van verblijf alleen in de opvang wordt geleidelijk verkort en respectievelijk uitgebreid. Op de zesde dag kan je kind meestal enkele uren zonder jou, als ouder, in de kinderopvang blijven.

Accepteert je kind de scheiding nog niet? Dan moet de nieuwe poging tot scheiding wachten tot de week erop, waardoor de basisfase wordt verlengd.

Eindfase

Je kind protesteert misschien nog steeds als je weggaat, maar kalmeert wel steeds sneller. Je blijft niet meer de gehele tijd dat je kind er is, op de opvang maar bent wel altijd beschikbaar wanneer de situatie dit vereist.

Voor meer informatie: http://kita-fachtexte.de  (duits)

Spreekt jou deze manier van wennen aan? Of ben je reeds bekend met deze manier van wennen? Ik ben benieuwd naar je mening en/of ervaring.

(Het kindje op de foto is mijn eigen dochter)

‘Losse onderdelen’

De term ‘losse onderdelen’, oftewel; ‘loose parts’, is in 1972 bedacht door Simon Nicholson, een engelse architect en kunstenaar. Met ‘loose parts’ is creativiteit niet langer voorbehouden aan alleen een select aantal. Volgens Simon is het namelijk een misvatting te denken dat het maken van kunstwerken en gebouwen zo ingewikkeld is dat alleen hoogbegaafde mensen dit zouden kunnen doen. Volgens Simon zijn alle mensen, inclusief jonge kinderen, bekwaam en creatief.

Gezicht ontwerpen met wasknijpers en frisdrankdopjes.

‘Losse onderdelen’ zijn materialen met een open einde, zoals klei, blokken, stenen, takken, knopen, etc,  die kinderen op verschillende manieren kunnen aanpassen, verplaatsen, ontwerpen en veranderen.  Kinderen mogen nieuwsgierig en creatief zijn en hun eigen spel regelen. Er zijn geen regels of verwachtingen voor hoe het materiaal gebruikt dient te worden, geen specifieke volgorde die gevolgd dient te worden, geen goede of foute manier, geen ultieme doel om te halen, etc. Maar het moedigt rollenspel, taalvaardigheid, teamwork, probleemoplossing, experimenteren met oorzaak en gevolg, risico’s inschatten en durven nemen, creatief denken, etc. aan.

Bovendien is het een zeer voordelige en milieuvriendelijke manier om speelmateriaal aan te bieden aan kinderen. Eenvoud volstaat het beste en de mogelijkheden met gerecyclede materialen zijn eindeloos. In plaats van de doos met babyspeelgoed die al gauw op zolder of op marktplaats beland, blijven materialen met een open einde interessant en uitdagend doordat ze steeds weer nieuwe mogelijkheden en uitbreidingen bieden.

Met kratten, autobanden en planken zet ik inmiddels ook buiten inmiddels ‘loose parts’ volop in. Het ziet er misschien niet zo strak en gestroomlijnd uit, als dat wilgenhutje en die ‘pinterest-waardige’ klim- en glijwand, maar het zal zeker langer interessant blijven om mee te spelen. Kinderen kunnen immers hun eigen spel uitbreiden, ontdekken, dragen, zelf bepalen, etc.

Pvc-buizen: ideaal bouwmateriaal

Wil je na het lezen van deze blog nog meer ideeën? Type ‘loose parts’ in als zoekopdracht in google en/of pinterest voor nog meer inspiratie. Pas jij ‘loose parts’ al toe of ben je van plan het ook in te gaan zetten?

Speelgoed voor je kind van één jaar oud. En tips bij het kiezen van het juiste speelgoed

Speelgoed voor je kind van één jaar oud.

1. Speelgoed dat helpt bij het stimuleren van de fijne motoriek.

Speelgoed dat in elkaar past en gestapeld kan worden. Sorteervormen, blokken, dozen en bakken om te vullen en leeg te gooien.

2. Speelgoed dat helpt bij het stimuleren van de grove motoriek.

Ballen van diverse afmetingen en structuur. Trek- en duwspeelgoed. Rijdend materiaal. Klim- en klautermateriaal. Schommels en glijbanen.

3. Speelgoed dat de verbeelding stimuleert.

Poppen. Auto’s. Keukentje. Telefoon. Winkeltje. Verkleedmateriaal. Tuingereedschap. Werkbankje.

4. Speelgoed dat de creativiteit stimuleert.

Papier en krijtjes. Speelklei. Plakmateriaal. Vingerverf.

5. Speelgoed om muziek mee te maken.

Trommels. Sambaballen. Xylofoon.

6. Speelgoed dat de lust tot onderzoeken stimuleert.

Zandbak met materiaal. Onbreekbare spiegels. Waterspeelgoed.

Tips voor het kiezen van het juiste “speelgoed”.

1. Kies geen speelgoed waar je peuter nog niet aan toe is.

Met het meest-gedetailleerde speelgoed wordt over het algemeen het minst gespeeld.

2. Kies speelgoed wat eigenlijk geen speelgoed is.

Maatbekers. Kartonnen dozen. Doeken. Beslagkommen en lepels. Kleine blikjes. Plastic bordjes, schaaltjes en kopjes.

3. Vermijd overdaad.

Je kind wordt niet geboren met te hoge verwachtingen, de volwassenen in hun leven (en later hun leeftijdgenoten en de televisie) bepalen de verwachtingen. Kinderen met kasten vol speelgoed rennen vaak van het ene naar het andere en genieten nergens van. Wissel daarom regelmatig het speelgoed af en geef niet meer dan een paar speeltjes tegelijk.

4. Leen.

Wordt lid van de speelotheek.

5. Kies speelgoed met meerdere mogelijkheden.

Speelgoed moet je kind stimuleren er iets mee te doen, in plaats van dat speelgoed dat voor hem doet.

6. Rem de originaliteit in het spel van je kind niet af.

Laat je kind spelen met speelgoed op zijn eigen manier, zelfs als het niet de manier is die de ontwerpers van het speelgoed in gedachten hadden. Behalve als het gevaarlijk is uiteraard.

 

 

“Nee!” Tips om hier mee om te gaan

“Nee!” Voor veel peuters is dit het lievelingswoord. In het begin vaak een fysiologische kwestie: het woord ‘nee’ is gemakkelijker te zeggen dan het woord ‘ja’, en het hoofd schudden is gemakkelijker dan knikken. En wat er ook mee te maken kan hebben, is dat je kindje waarschijnlijk vaker het woord ‘nee’ te horen krijgt dan het woordje ‘ja’.

Zodra je kindje ouder wordt verschuift de verklaring van fysiologisch meer naar psychologisch. Je kindje is inmiddels in staat om ‘ja’ te zeggen, maar zegt toch liever ‘nee’. Dit wordt al gauw de ‘koppigheidsfase’ genoemd, maar het is meer uit ‘autonomie’ dat je kind sneller ‘nee’ zegt.

Hoewel je weet dat dit gedrag volkomen gezond en normaal is, is het niet altijd even gemakkelijk om hier mee om te gaan. Lees daarom verder voor de tips over hoe je hier mee om kunt gaan.

1. Beperk je ‘nee’s’

Sta er bij stil hoe vaak je zelf het woordje ‘nee’ gebruikt, tijdens het communiceren met je kindje.

2. Beperk de ‘nee’s’ van je kindje

Wil je niet op iedere vraag ‘nee’ als antwoord krijgen, stel dan je vragen zorgvuldig. In plaats van: ‘Wil je je broek aan?’, geef je je kindje een paar mogelijkheden: ‘Wil je de gele aan of die met de bloemetjes?’

Geef je kindje zoveel mogelijk de gelegenheid om zelf beslissingen te nemen. Hij heeft dan het gevoel dat hij enige controle over zijn leven heeft en zal minder geneigd zijn “dwars te liggen.”

3. Geef je kindje geen keus als er geen keus is

Als het tijd is om naar huis te gaan, geeft de vraag: “zullen we naar huis gaan?” alleen maar reden tot dwarsheid. Zeg bijvoorbeeld: “Het is nu tijd om naar huis te gaan. Kom dan gaan we.”

4. Wees niet bazig

In plaats van te zeggen: “Je moet in het autostoeltje gaan zitten”, zeg je bijvoorbeeld: “Kom, ga maar zitten.” Of ‘houd je van de domme’ “waar zit jij nu dan?” of daag je kindje uit: “Kun jij daar zelf in klimmen?”

5. Sta niet te zeer op je strepen

Als twee mensen het tegenovergestelde willen, komt er zelden één als overwinnaar uit de strijd. Goede ouders hoeven niet altijd op hun strepen te staan, soms mag je best toegeven. Hoe meer kans je je peuter geeft om zijn vrije wil te oefenen, hoe minder hij geneigd zal zijn voor zijn rechten te vechten met ‘nee’.

6. Geef je kindje af en toe zijn zin

Het wordt voor je kindje minder pijnlijk om jouw zin te moeten doen als hij ook af en toe zelf zijn zin krijgt. Zorg er wel voor dat dit gebeurt voordat zijn ‘nee’ in een driftbui is overgegaan.

10 Tips over hoe om te gaan met de aan- en afhankelijkheid van je dreumes

Komt je dit bekend voor? 

Je wilt (of moet) even de kamer uit en je dreumes begint hartverscheurend te huilen. Jij zal toch echt even naar de wc moeten, maar je kind trekt aan je benen en protesteert heftig.

Verwarrend net wanneer je kindje je minder nodig zou moeten hebben, lijkt het juist of je meer dan ooit nodig bent. En het lijkt of je kind graag zelf iets wil ondernemen, maar zodra je kindje merkt dat er enige druk wordt uitgeoefend trekt je kindje zich meteen terug.

Deze tegenstrijdigheid is voor een dreumes heel vanzelfsprekend, omdat je kindje heen en weer wordt geslingerd tussen aan- en afhankelijkheid, tussen zelf op onderzoek uitgaan en veilig bij jou blijven.

Vleiend is het natuurlijk wel om te weten dat je, zelfs bij het groter worden van je kindje zijn leefwereld, daarvan nog steeds het middelpunt bent. Maar het is ook wel een beetje lastig, zoals iedere ouder weet die iets moet doen terwijl er een kind aan zijn been hangt of op je gevoel begint te werken door hartverscheurend te snikken.

En je bent niet de enige die er last van heeft: je dreumes kan ook niet zoveel doen als hij zich aan je vastklampt. In deze soms moeilijke overgangsfase zal je het juiste evenwicht dienen te vinden tussen het geven van te veel steun en veiligheid en te weinig, tussen de steun die je kindje nodig heeft om te groeien en overbezorgdheid die je kind in zijn groei belemmert.

Een proces dat begint bij de geboorte en doorgaat tot in de kinderjaren, puberteit en het begin van de volwassenheid. Moedig je kindje liefdevol aan en je kindje zal je voorzichtig loslaten en zelfstandig iets gaan ondernemen

Hoe? Lees verder voor tips

1. Maak duidelijk dat je terugkomt

Zodra een geliefd persoon eenmaal uit het gezichtsveld is verdwenen, maken sommige kinderen zich ongerust of de persoon wel weer terugkomt. Aan de hand van een spelletje, waarbij je kind leert dat de dingen niet echt verdwijnen (een voorwerp bestaat nog steeds, ook al is het niet langer te zien)

Dus dat betekent: Kiekeboe spelen. Verstop je achter de deur. Alhoewel als je kind daardoor van streek raakt, is achter de bank of het gordijn waarschijnlijk handiger. Verstop je om te beginnen een paar seconden en bouw dit geleidelijk op. Praat met je kindje als je je hebt verstopt, om te laten weten dat je er nog bent. “Waar is mama nou?”

Raakt je kindje erg overstuur? Verstop dan alleen je gezicht (achter je handen, een boek of een theedoek) of een gedeelte van je lichaam (achter een gordijn of deur) of probeer in plaats van jezelf een beer of een pop. Als je kindje een beetje gewend raakt aan je verdwijntrucs, moedig hem dan aan om het spelletje zelf ook te spelen.

2. Maak tijd voor je kind…maar overdrijf niet

Als (gast)ouder vind ik het belangrijk om veel activiteiten te ondernemen met de kinderen. Ik zing liedjes met ze, lees boekjes voor, speel spelletjes met ze maar ik moedig kinderen zeker ook aan om zelfstandig te spelen.

3. Zorg dat je kindje bezig is

“Geef jij pop eventjes eten? Dan gaat mama ook eventjes bezig met het eten.”

Hopelijk weet dit je kind zijn belangstelling te wekken voor de korte tijd dat je iets anders doet.

4. Hou contact

Blijf tegen je kind praten terwijl je bezig bent.

5. Hou het luchtig

Sommige ouders brengen onbewust hun bezorgdheid over op hun kind. Wanneer je je dreumes alleen laat, doe dat dan met een lachend gezicht en een vrolijke stem.

6. Blijf kalm, ook al is de dreumes dat niet

Wordt niet boos en ga ook niet te veel mee in het verdriet van je kindje. Probeer juist helemaal niet te reageren. En laat je door je kind zijn reactie er niet van weerhouden om te gaan. Zeg nonchalant: ‘Het is goed. Ik ben zo terug.’

Je kindje zal niet alle woorden letterlijk begrijpen, maar je kindje zal zeker worden gerustgesteld door je kalme stem. Zeg wanneer je terugkomt met dezelfde kalme stem: ‘Hier ben ik weer. Heb je het leuk gehad?’

Je kindje zal gauw doorhebben dat je altijd terugkomt, wanneer je weggaat, precies zoals je had beloofd. Als je iedere keer hetzelfde zinnetje gebruikt bij het weggaan en terugkomen, krijgt je kindje wat meer zelfvertrouwen in je komen en gaan.

7. Laat je kindje achter je aankomen

Hoe simpel kan het zijn? Wil je kindje achter je aankomen, terwijl je naar de wc moet of mee naar de keuken? Laat je kindje dan achter je aankomen.

8. Laat je kind gaan

Zelfs een dreumes die zich altijd aan je vastklampt, gaat toch nog geregeld bij je weg. Alleen zijn is immers alleen maar een ramp als het idee van papa of mama afkomstig is, niet als het je eigen idee is. Heb je samen met je dreumes zitten spelen en ze wil weg om zelf iets te doen, laat je kind dan gaan.

9. Zorg dat je niet afhankelijk wordt van je dreumes aanhankelijkheid

Soms genieten ouders er stiekem van dat hun kinderen afhankelijk van hen zijn en moedigen ze dit onbewust aan. Ze blijven in de buurt hangen, terwijl ze eigenlijk helemaal niet nodig zijn. Ze spelen al in op de afhankelijkheid van hun kind nog voordat dit ergens last van heeft (“niet huilen, ik ga alleen even de afwas doen.”) Confronterend misschien, maar als je weet wat je rol in deze afhankelijkheidscyclus is , zal het je gemakkelijker vallen, deze te doorbreken.

10. Wees geduldig

De angst van je dreumes om zonder je te zijn, is een normale fase van de ontwikkeling. Met jouw steun en liefde zal je kind hier op den duur vanzelf overheen groeien.

 

 

Het laboratorium van Gastouderopvang Kuku

Afgelopen week was het zo mooi weer. Ik had wat verf met water in spuitflesjes gedaan. Hiermee gingen de kinderen al gauw buiten aan de slag. De één enthousiast en de ander heel beheerst. Al gauw was de één aan het genieten van de mooie vormen. Terwijl de andere keek naar haar resultaat van een zon.

Water met verf in de spuitfles en kliederen maar.
Verf spuiten.

Even later ontdekken ze wat lege bakjes en zaten ze al vlug helemaal in hun eigen wereldje. Met hun witte verf-shirts aan, leek het wel alsof ze druk aan de slag waren in een laboratorium. Er werd verf in een bakje gespoten. Dat werd weer vermengd met water. Dan werd het overgegoten in een ander bakje. Dan weer een ander kleurtje erbij.

Lekker spelen bij de gastouder
Laboratorium Kuku

Doordat de één het bakje vasthield en de ander het verf erin spoot, gingen ze ook samenwerken. En zo hadden ze een hele poos plezier in hun eigen gecreëerde laboratorium.

Verf spuiten bij de gastouder
Een zonnetje spuiten in opperste concentratie.
Samen verf spuiten bij de gastouder
Samen aan de slag.
Samen verven bij de gastouder
Samen verven.
Verf spuiten bij de gastouder
Nog even in je eentje de ‘finishing touch’
In je eentje verf spuiten bij de gastouder in Assen
In je eentje werk je rustig door.
Spelen en ontdekken in hun eigen gecreëerde laboratorium.
Laboratorium Kuku

De favoriete voorleesboeken van Gastouderopvang Kuku

Al van kleins af aan ben ik een groot fan van kinderboeken. Mijn ouders hadden vroeger niet veel te besteden dus veel eigen boeken had ik niet maar die ik had was ik zeer aan gehecht. Boeken waren echt een luxe-artikel die ik kreeg voor mijn verjaardag. Meestal waren dit boeken van de Hema of de scholtens (tegenwoordig Wibra), maar ik was er ontzettend blij mee. 

Nog blijer werd ik tijdens periodes dat mijn moeder weer eens lid werd van de boekenclub, want dat betekende: boeken uitzoeken! Ik herinner me de oude bibliotheek, waar ‘openbare leeszaal’ boven de ingang stond en waar het altijd een beetje mug rook. Waar je met een smalle trap nog omhoog kon naar een zolder, vol oude vergeelde archiefmappen met allerlei krantenknipsels en dikke encyclopedieën. Ik herinner mezelf, lopend naar de balie met het stapeltje boeken wat ik weer mee wou en de bibliothecaresse (wat ik trouwens altijd een schitterend woord heb gevonden) en hoe ze de kaft dan één voor één opensloeg en een stempel plaatste met de datum waarop het boek teruggebracht moest worden. Hoe blij ik was als het weer Kinderboekenweek was en hoe ik dan fanatiek alle plaatjes uitknipte van boeken die ik nog wou lezen. In mijn schoolrapport stond dan ook:  ‘geniet van een boek, gaat er helemaal in op’. En ondertussen ging ik verder met het maken van lijstjes. Ik ontdekte de boekengidsen en las boeken over boeken. Naarmate ik ouder werd, op kamers ging en mijn eigen geld begon te verdienen, begon ik met allerhande boeken te verzamelen. En toen ik zwanger werd, was het eerste wat ik kocht…een boek voor mijn kind.

Mijn liefde voor boeken heeft zeker ook meegespeeld in mijn beslissing  om gastouder te willen worden. Nog steeds kan ik genieten van een boek. Ik begon met boeken die ik voordat ik gastouder werd, al had gekocht. En daarna kwamen er steeds meer boeken bij; zowel nieuwe als tweedehands. En mijn boekenkast groeide helemaal, tijdens de 3 jaar dat ik met de thema’s van Kiki ging werken. Want tja, elk thema moest natuurlijk wel een aantal boeken daarvan hebben. Tja, achteraf gezien zaten daar ook een heleboel boeken bij die eigenlijk helemaal niet zo leuk waren. Sowieso veranderde mijn smaak over wat nou leuke kinderboeken zijn in de loop der jaren. Dit zijn mijn favorieten:

Tja, wie boft er nou eigenlijk? De vos of het varkentje? Dit verhaal zit echt geniaal in elkaar.
Favoriete voorleesboeken van Gastouderopvang Kuku
Deze klassieker mag uiteraard niet ontbreken op mijn lijstje.
Favoriete voorleesboeken van Gastouderopvang Kuku
Deze klassieker heb ik pas later ontdekt. Eerlijk gezegd sprak de vormgeving van het boek mij niet zo aan, waardoor ik het niet zo snel pakte. Maar dat bleek een grote vergissing te zijn, want het hele verhaal is zo leuk. Wel een boek voor de bijna-kleuters.
Favoriete voorleesboeken van Gastouderopvang Kuku
Dit is een boek waarmee je zoveel kanten op kunt. Met bovendien nog een leuk verhaal om voor te lezen ook. Dieren benoemen, dieren geluiden nadoen, gebaren van de dieren maken. Van alle boeken is dit toch wel mijn absolute nummer 1.
Favoriete voorleesboeken van Gastouderopvang Kuku
Dit boekje leest leuk voor doordat er veel geluiden in verwerkt zijn.
Favoriete voorleesboeken van Gastouderopvang Kuku
Een boekje waarin veel herkenbare emoties de revue passeren.
Favoriete voorleesboeken van Gastouderopvang Kuku
Een boek met een verhaal dat zo simpel en eenvoudig is en tegelijkertijd zo boeiend en onderhoudend is om voor te lezen.
Favoriete voorleesboeken van Gastouderopvang Kuku

Dit boek was prentenboek van het jaar, maar krijgt op bol.com toch zeer slechte recensies. Toch heb ik hem in mijn favoriete boekenlijstje staan. Alleen al om het “krrrr…okodil !” te mogen zeggen, is het een favoriet.

Favoriete voorleesboeken van Gastouderopvang Kuku

De boekjes over Anna zijn, tot slot, ook ontzettend leuk om voor te lezen. En goed voor de woordenschat en kennis van je kind. Alles wordt er zeer uitvoerig en gedetailleerd in beschreven, zonder saai te worden.
Favoriete voorleesboeken van Gastouderopvang Kuku
Dit is mijn favoriete lijstje. Ik ben benieuwd naar jouw favoriete voorleesboeken voor je peuter of kleuter. Leuk als je een reactie achterlaat!

Kiezen voor gastouderopvang.

In de eerste twee levensjaren word de basis van de verdere ontwikkeling van je kind gelegd. Je baby ontwikkelt zich in razendsnel tempo en heeft hierbij de liefdevolle zorg nodig van een paar vertrouwde personen. Dan hecht je baby zich veilig, leert hij stress reguleren en ontwikkelt hij zich eerder tot een positieve en ondernemende persoon.

Het brein maakt vlak na de geboorte een cruciale ontwikkeling door. Je baby wordt geboren met ongeveer 30% van zijn uiteindelijke hersencapaciteit. Van de 70% die daar nog bij komt, wordt maar liefst 50% aangelegd in de eerste twee levensjaren. In die periode wordt een ‘hersenfundament’ gelegd, waar je de rest van je leven op moet voortbouwen. Is dat fundament sterk, dan verloopt je verdere ontwikkeling meestal vrij soepel. Is dat fundament zwak, dan wordt het allemaal wat moeilijker.

(Bron: “Wat doen we met de baby?” Marlise Eerkens)

Hechting is de basis voor alle latere relaties. Psychiater John Bowlby heeft in de jaren 60 de basis gelegd voor de hechtingstheorie. Een veilige hechting is belangrijk voor de psychische ontwikkeling.

Het is daarbij belangrijk om sensitief en stimulerend om te gaan met een baby. Geheel volgens de visie van Emmi Pikler is het belangrijk om baby’s, tijdens de zorgmomenten genoeg aandacht te geven, om ze emotioneel bij te laten tanken. Voor een goede ontwikkeling heeft een baby dit echt nodig.

Ik beschouw mijzelf als hoog sensitief. Zo heb ik de neiging veel dingen op te merken in mijn omgeving, diep te reflecteren alvorens te handelen en niet snel en impulsief te handelen. Lastig soms maar in mijn werk als gastouder vaak ook heel handig, doordat ik me eerder bewust ben van onderliggende gevoelens en stemmingen. Hierdoor ben ik empathisch naar baby’s en kinderen toe.

“De handen van de volwassene vormen voor de baby, naast het voeden, het eerste contact met de wereld. Handen raken hem aan, tillen hem op, leggen hem neer, wassen hem, kleden hem aan. Hoe verschillend is het beeld van de wereld die zich aan de zuigeling openbaart als rustige, geduldige, behoedzame, tegelijkertijd zekere handen hem verzorgen, i.p.v. handen die ongeduldig, gehaast, onrustig of zenuwachtig zijn. In het begin betekenen voor de zuigeling de handen alles: ze zijn de mens, ze zijn de wereld.

                                                                                                                    Emmi Pikler Stichting

Emmi Pikler vond dat je kinderen aandacht, tijd en ruimte dient te geven. Laat kinderen maar bewegen en spelen, onderzoeken en ontdekken op eigen initiatief. Een goede omgeving en een warme interactie vond ze hierbij wel van groot belang. Geef kinderen de tijd die ze nodig hebben om zichzelf, hun omgeving en de anderen te leren kennen. Voor het rustige en gevoelige type die ik ben, een uitspraak die me op het lijf is geschreven.

Vroeger kon ik me nogal eens onzeker voelen als mensen direct overal op afgingen. Enthousiast aan het dansen en zingen sloegen met cliënten, kinderen, bewoners, etc. Ik voelde me bezwaard dat ik niet zo ben en dat maakte me onzeker. Nu weet ik de meerwaarde van mijn karakter te waarderen.

Door te benoemen wat ik ga doen, bij het eten, verschonen, wassen en aankleden, gebeurt dit, voor het kind, op een meer respectvolle manier, dan wanneer ik onaangekondigd van alles aan hun lijf loop te doen.

Bovendien stimuleer ik later, met deze houding, steeds meer de zelfstandigheid van een kind. Door mezelf af te vragen of een kind iets ook alleen zou kunnen. En is het dan nodig dat ik alles overneem of is even een “zetje geven” ook voldoende? Want alleen als ik aandachtig kijk, kan ik goed op het gedrag van een kind reageren als het nodig is.

Werken volgens de visie van Pikler is een andere manier van naar kinderen kijken. Vanuit rust, respect en gelijkwaardigheid. Ze hechtte veel waarde aan een zorgvuldige fysieke verzorging, omdat juist dit de baby het gevoel van geborgenheid en veiligheid geeft. Van daaruit kan een baby met plezier en vertrouwen zelfstandig spelen en bewegen. Het benoemen van alles wat ik doe: van optillen tot eten geven tot spelen is dan ook essentieel in de visie van Emmi Pikler.

Aansluitend hierop: Wat pleit er nou voor om te kiezen voor Gastouderopvang?

1 Betere hechting aan de gastouder.

In vergelijking met de crèche is een gastouder een veel overzichtelijkere plek voor een baby. Niet alleen omdat er minder kinderen zijn, maar vooral omdat het kind, net als bij een gastouder aan huis, steeds maar met één vaste verzorger te maken heeft. Uit onderzoek blijkt dat de hechting van de baby dan ook beter verloopt

Gastouders zijn vaak sensitiever.

Uit onderzoek bleek bovendien dat gastouders sensitiever waren dan pedagogisch medewerkers op de crèche. M.a.w.: gastouders voelen beter aan wat een kind nodig heeft. Eigenlijk is dat wel logisch; gastouders hebben altijd te maken met dezelfde groep kinderen en kennen ze dus beter. Het voordeel van deze hogere sensitiviteit zit hem in het welbevinden van kinderen.

3 Welbevinden kinderen hoog.

Dat welbevinden is gemiddeld hoger bij kinderen in de gastouderopvang dan bij kinderen in de crèche. Dat is gunstig. Want al klinkt ‘welbevinden’ misschien als een vage subjectieve maat, dat is het allerminst. In onderzoeken wordt het begrip omschreven als: ‘de mate waarin kinderen zich veilig en ontspannen voelen en genieten van de activiteiten waar ze mee bezig zijn.’

4. Langetermijneffecten relatief goed.

De langetermijneffecten van het inschakelen van een gastouder, zowel aan huis als uit huis is dat ze er beter afkomen dan de crèche.

(Bron: Welbevinden en Stress van Kinderen in de Kinderopvang Een Vergelijking van Kinderdagverblijven en Gastoudergezinnen- Universiteit Leiden)

 

‘Modderige sneeuw’

Gisteren heb ik het recept voor modder gemaakt uit mijn ebook. Nou ja, modder? Eigenlijk had het meer weg van sneeuw met een modderige substantie. Maar voor de kinderen maakte dat helemaal niet uit. Het was in ieder geval heel eenvoudig om te maken. Het enige wat ik nodig had, was ‘baking soda’ en water.

Modderige sneeuw bij de gastouder
‘Baking soda’ het ingrediënt voor ‘modderige sneeuw’

Het was nog een beetje lastig om de juiste hoeveelheden te bepalen. In eerste instantie had ik er teveel water bijgedaan. Hierdoor werd het een zeer vloeibaar goedje, wat me zo door de vingers gleed. Gelukkig had ik nog een extra pak in de voorraadkast staan.

In het receptenboek stond het aangegeven als ‘modder’. Iedereen weet natuurlijk dat modder bruin van kleur is. Misschien dat er voedingskleurstof bij in had gemoeten maar ook ik heb zo’n mijn grenzen…om nu alle kinderen met bruine vingers na huis te laten gaan. Is ook al zo wat, toch? Daarom modderige sneeuw.

Met 2 lepels proberen sneeuw te scheppen bij de gastouder

Met 2 lepels proberen op te scheppenIk had er wat kleine lepels bijgedaan. De kinderen begonnen al gauw met het proberen opscheppen van de moddersneeuw. Sommige gingen grof te werken, andere heel geconcentreerd en nauwkeurig.

Concentratie bij de gastouder

Opperste concentratie gevergd bij het overscheppen van de modderige sneeuw.

Ieder haar eigen bakje bij Gastouderopvang Kuku
Ieder haar eigen bakje

Van tevoren had ik besloten om elk kind haar eigen bakje te geven. Zo konden ze allebei lekker “in hun eigen wereldje” even ontspannen en weer tot zichzelf komen. Een groot voordeel van sensopatisch spel; kinderen komen er echt door tot rust.

Met je vingers schrijven in de smurrie bij de gastouder
Met je vingers erin schrijven

Al gauw had de één genoeg van het spelen met de lepeltjes en gooide ze die aan de kant, om er vervolgens voor te kiezen om met haar vingers te schrijven en tekenen in de sneeuw.

Eindeloos speelplezier bij Gastouderopvang Kuku
Bakje vullen en dan weer omkeren

Terwijl het ander kindje meer was van het bakje vullen en weer omkieperen in de grote bak. Om vervolgens weer van voor af aan te beginnen. Ook dit zorgde ervoor dat ze een behoorlijk poosje lekker aan het spelen was.

Vieze handjes bij de gastouder
Vieze handjes

Tja, en na afloop lekkere vieze handjes. Maar gelukkig was het er zo weer afgewassen.

Wil jij dit nou ook een keertje proberen? Download dan mijn gratis ebook.

Gratis ebook! Koester de creativiteit van je kind
Gratis ebook!

Vereenvoudiging

Als er één ding is wat ik geleerd heb van 6  jaar gastouder zijn, is dat vereenvoudiging het werk een stuk fijner maakt. Niet langer meer het gevoel te hebben, constant achter de feiten aan te lopen. In mijn werk als gastouder heb ik, tijdens het werken met VVE gemerkt, dat teveel activiteiten in een te korte tijd leed tot weinig diepgang in de manier waarop kinderen de wereld zien en ontdekken. Elly Singer schrijft in haar boek “Speels, liefdevol en vakkundig” dat liefdevol opvoeden gaat om rust weten te creëren en zorgen voor routine en continuïteit. Belangrijke voorwaarden voor kinderen om zich vertrouwd, veilig en thuis te voelen. Wanneer ik een activiteit wil doen, kijk ik nu eerst waar de kinderen, op dat moment mee bezig zijn. Ik haal ze niet zomaar uit hun spel. Ik sluit erbij aan. Of ik doe de activiteit op een ander moment. Werken met thema’s gaf structuur en dwong me om steeds nieuwe dingen te bedenken. Maar daarentegen herhalingen maken de wereld van jonge kinderen voorspelbaar. Nu ik de hoeveelheid activiteiten heb verkleind, merk ik hoe het geconcentreerd spel is toegenomen. Kleine kinderen ontwikkelen zich immers door te bewegen, te onderzoeken, te imiteren maar vooral door te spelen. Daarom plan ik nu genoeg ruimte in voor vrij spel. Kinderen dienen immers genoeg tijd en ruimte te krijgen om zichzelf en de wereld om hen heen spelenderwijs te ontdekken. Rust bouw ik in door i.p.v. allerlei activiteiten, dit te beperken tot één gerichte activiteit per dagdeel. Structuur bied ik door een opgeruimde ruimte waarin de spullen hun vaste plek hebben. Een kind moet eerst voldoende hebben leren praten, bewegen en denken, voor hij toe is aan schools leren. De thema’s die ik nog heb, zie ik als een bundel ideeën die ik naar behoefte inzet, maar niet meer als een must.