Wennen volgens Berlijnse model; een behoeftegerichte kennismaking

 

Wennen aan een andere omgeving

Een aantal weken terug maakte ik, dankzij een nieuwe vraagouder, kennis met dit model die de behoeftes van het kind voorop stelt. Het Berlijnse model is gebaseerd op de hechtingstheorie van John Bowlby Het model is ontwikkeld door Katja Braukhane, pedagoog. Sinds 2001 onder andere werkzaam in het Berlijnse instituut voor vroege educatie.  En Janina Knobeloch, pedagooog. Sinds 2006 onder andere werkzaam in het Berlijnse instituut voor vroege educatie.

 

Het doel van het Berlijnse model is om de manier van wennen af te stemmen op de behoeftes, situatie en omstandigheden van je kind en zo de juiste beslissing te nemen over het “wanneer” en “hoe”. Met als doel; een zeer zorgvuldige en geleidelijke wenperiode voor je kind.

De acclimatiserende-fase is verdeeld in verschillende fases, variërend van lengte en duur (afhankelijk van de behoeftes van je kind)

Basisfase: Vertrouwen is gecreëerd

In de basisfase blijf je, als ouder, een uurtje of twee samen met je kind in het kinderdagverblijf of bij de gastouder. Terwijl je kind zijn eerste contact met de andere kinderen opbouwt, hou jij je op de achtergrond maar je leert je kind wel dat je er altijd bent om te helpen. De pedagogische medewerker of de gastouder probeert het eerste contact met je kind tot stand te brengen door hem te betrekken bij een activiteit of spelletje. In dit stadium is het belangrijk om, als ouder, niet met andere kinderen te gaan spelen maar je echt te richten op je eigen kind, zodat je kind altijd het gevoel heeft de volledige aandacht te hebben. Deze fase duurt meestal drie dagen.

De vertrouwdmakingsfase: De eerste poging tot scheiding

Op de vierde dag trek je je meer terug op de achtergrond, als ouder. Zie dit als een eerste poging tot scheiding. Zo kun je een beetje inschatten hoeveel tijd nodig is voor de resterende wenperiode. Als ouder neem je afscheid van je kind en verlaat je de opvang ongeveer een half uur. Hoe je kind op deze eerste scheiding reageert, is cruciaal voor de rest van het gewenningsproces. Als het niet blijft huilen en gaat spelen, of snel kalmeert na een korte huilbui, kan de vertrouwdmakingsfase worden beperkt tot ongeveer een week. Voor dit doel wordt de periode van scheiding langzaam verhoogd totdat je als ouder je kind uiteindelijk brengt, een korte overdracht doet en vervolgens afscheid neemt van je kind.

Reageert je kind echter zeer “gewelddadig” op de eerste scheidingspoging, wordt je, als ouder, ingeseind om direct terug te komen op de opvang. Hierop wordt de gewenningsperiode verlengd met twee tot drie weken.

Stabiliserende fase: Je kind raakt aan de situatie gewend.

De stabiliserende fase begint op de vijfde dag. Jij, als ouder, bent nu vooral de stille waarnemer en je laat de zorg en begeleiding over aan de pedagogisch medewerker of gastouder. Je grijpt alleen in als je kind expliciet naar je vraagt. Het afscheidsmoment en periode van verblijf alleen in de opvang wordt geleidelijk verkort en respectievelijk uitgebreid. Op de zesde dag kan je kind meestal enkele uren zonder jou, als ouder, in de kinderopvang blijven.

Accepteert je kind de scheiding nog niet? Dan moet de nieuwe poging tot scheiding wachten tot de week erop, waardoor de basisfase wordt verlengd.

Eindfase

Je kind protesteert misschien nog steeds als je weggaat, maar kalmeert wel steeds sneller. Je blijft niet meer de gehele tijd dat je kind er is, op de opvang maar bent wel altijd beschikbaar wanneer de situatie dit vereist.

Voor meer informatie: http://kita-fachtexte.de  (duits)

Spreekt jou deze manier van wennen aan? Of ben je reeds bekend met deze manier van wennen? Ik ben benieuwd naar je mening en/of ervaring.

(Het kindje op de foto is mijn eigen dochter)

‘Losse onderdelen’

De term ‘losse onderdelen’, oftewel; ‘loose parts’, is in 1972 bedacht door Simon Nicholson, een engelse architect en kunstenaar. Met ‘loose parts’ is creativiteit niet langer voorbehouden aan alleen een select aantal. Volgens Simon is het namelijk een misvatting te denken dat het maken van kunstwerken en gebouwen zo ingewikkeld is dat alleen hoogbegaafde mensen dit zouden kunnen doen. Volgens Simon zijn alle mensen, inclusief jonge kinderen, bekwaam en creatief.

Gezicht ontwerpen met wasknijpers en frisdrankdopjes.

‘Losse onderdelen’ zijn materialen met een open einde, zoals klei, blokken, stenen, takken, knopen, etc,  die kinderen op verschillende manieren kunnen aanpassen, verplaatsen, ontwerpen en veranderen.  Kinderen mogen nieuwsgierig en creatief zijn en hun eigen spel regelen. Er zijn geen regels of verwachtingen voor hoe het materiaal gebruikt dient te worden, geen specifieke volgorde die gevolgd dient te worden, geen goede of foute manier, geen ultieme doel om te halen, etc. Maar het moedigt rollenspel, taalvaardigheid, teamwork, probleemoplossing, experimenteren met oorzaak en gevolg, risico’s inschatten en durven nemen, creatief denken, etc. aan.

Bovendien is het een zeer voordelige en milieuvriendelijke manier om speelmateriaal aan te bieden aan kinderen. Eenvoud volstaat het beste en de mogelijkheden met gerecyclede materialen zijn eindeloos. In plaats van de doos met babyspeelgoed die al gauw op zolder of op marktplaats beland, blijven materialen met een open einde interessant en uitdagend doordat ze steeds weer nieuwe mogelijkheden en uitbreidingen bieden.

Met kratten, autobanden en planken zet ik inmiddels ook buiten inmiddels ‘loose parts’ volop in. Het ziet er misschien niet zo strak en gestroomlijnd uit, als dat wilgenhutje en die ‘pinterest-waardige’ klim- en glijwand, maar het zal zeker langer interessant blijven om mee te spelen. Kinderen kunnen immers hun eigen spel uitbreiden, ontdekken, dragen, zelf bepalen, etc.

Pvc-buizen: ideaal bouwmateriaal

Wil je na het lezen van deze blog nog meer ideeën? Type ‘loose parts’ in als zoekopdracht in google en/of pinterest voor nog meer inspiratie. Pas jij ‘loose parts’ al toe of ben je van plan het ook in te gaan zetten?

Het laboratorium van Gastouderopvang Kuku

Afgelopen week was het zo mooi weer. Ik had wat verf met water in spuitflesjes gedaan. Hiermee gingen de kinderen al gauw buiten aan de slag. De één enthousiast en de ander heel beheerst. Al gauw was de één aan het genieten van de mooie vormen. Terwijl de andere keek naar haar resultaat van een zon.

Water met verf in de spuitfles en kliederen maar.
Verf spuiten.

Even later ontdekken ze wat lege bakjes en zaten ze al vlug helemaal in hun eigen wereldje. Met hun witte verf-shirts aan, leek het wel alsof ze druk aan de slag waren in een laboratorium. Er werd verf in een bakje gespoten. Dat werd weer vermengd met water. Dan werd het overgegoten in een ander bakje. Dan weer een ander kleurtje erbij.

Lekker spelen bij de gastouder
Laboratorium Kuku

Doordat de één het bakje vasthield en de ander het verf erin spoot, gingen ze ook samenwerken. En zo hadden ze een hele poos plezier in hun eigen gecreëerde laboratorium.

Verf spuiten bij de gastouder
Een zonnetje spuiten in opperste concentratie.
Samen verf spuiten bij de gastouder
Samen aan de slag.
Samen verven bij de gastouder
Samen verven.
Verf spuiten bij de gastouder
Nog even in je eentje de ‘finishing touch’
In je eentje verf spuiten bij de gastouder in Assen
In je eentje werk je rustig door.
Spelen en ontdekken in hun eigen gecreëerde laboratorium.
Laboratorium Kuku